De or heeft een externe adviseur ingeschakeld om te adviseren in een complexe adviesaanvraag. Die adviseur constateert dat er belangrijke – vooral financiële - informatie ontbreekt. De bestuurder wil deze informatie echter niet geven. Wat kunnen we doen?
Artikel 31, eerste lid van de Wet op de ondernemingsraden geeft de or de mogelijkheid alle informatie (schriftelijk) te verkrijgen die hij 'op grond van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft'. De taak die hier in het geding is, is het uitbrengen van advies over het voorgenomen besluit. En als de gevraagde informatie al ergens aanwezig is, is het zonder meer redelijk dat deze wordt verstrekt. Mogelijk spelen er concurrentieoverwegingen, maar dan is het opleggen van geheimhouding een adequate oplossing. Het is in ieder geval niet aan de bestuurder om te bepalen welke informatie de or (en zijn adviseur) wel of niet nodig hebben voor het uitbrengen van een advies.
Er zijn nu twee mogelijkheden om de bestuurder te dwingen toch over de brug te komen. U kunt via bedrijfscommissie en kantonrechter naleving van art. 31, lid 1 eisen of u kunt een onomwonden afwijzend advies uitbrengen, omdat u met de beperkte informatie niets anders kunt. In het laatste geval roept u na het definitieve besluit de opschortingstermijn in en spant u een procedure aan bij de Ondernemingskamer omdat de bestuurder kennelijk onredelijk is geweest in zijn besluitvorming.
Voor beide scenario's is het aan te bevelen eerst een in medezeggenschapsrecht gespecialiseerde jurist in de arm te nemen, omdat die ervoor kan zorgen dat u zoveel mogelijk kans heeft een van beide procedures te winnen. Maar ook omdat alleen die stap – u moet van te voren de kosten melden - vaak al genoeg is om de bestuurder tot inkeer te brengen.
Heeft u zelf ook een prangende OR-vraag?
De OR Vraagbaak geeft binnen 48 uur gratis antwoord op al uw vragen over medezeggenschap.